Artikel 10c Solidariteitsreserve

1 Een solidariteitsreserve heeft een maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de solidariteitsreserve. De solidariteitsreserve kan niet negatief zijn.

2 Indien een solidariteitsreserve wordt gevuld uit premies, overrendement of, bij uitvoering van een verbeterde premieovereenkomst, rendement, bedraagt de inleg uit premie niet meer dan 10% van de premiesom per deelnemer per jaar, bedraagt de inleg uit overrendement niet meer dan 10% van het positieve collectieve overrendement per jaar en bedraagt de inleg uit rendement niet meer dan 10% van het gemiddelde rendement dat over alle individueel belegde vermogens wordt behaald.

3 De pensioenuitvoerder stelt regels vast voor het uitdelen uit de solidariteitsreserve. Deze regels zijn evenwichtig, transparant, onderling consistent en worden voor langere tijd vastgesteld.

4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over dit artikel.

Consultatiedocument, p. 32-34:

3.3.4. De verplichte solidariteitsreserve
De solidariteitsreserve is een verplicht collectief element van het nieuwe contract, waaruit pensioenvermogens en -uitkeringen kunnen worden aangevuld en waarmee risico’s collectief kunnen worden gedeeld. De solidariteitsreserve is geen afgescheiden beleggingspot, maar onderdeel van het totale vermogen (zijnde de optelling van de voor de uitkeringen gereserveerde pensioenvermogens en de solidariteitsreserve) en deelt mee in de collectieve rendementen en risico’s. Daarmee is de solidariteitsreserve een intrinsiek onderdeel van de pensioenregeling.

De aanwezigheid van de solidariteitsreserve heeft een aantal voordelen:

1) het wordt mogelijk om intergenerationele risicodeling te organiseren binnen premieregelingen,

2) het is mogelijk om schommelingen in pensioenuitkomsten te dempen en

3) niet-verhandelde risico’s kunnen via de solidariteitsreserve worden gedeeld (bijvoorbeeld macro-langlevenrisico).

Door middel van intergenerationele risicodeling wordt het risicodraagvlak van de pensioenregeling vergroot, waardoor pensioenen stabieler worden zonder dat beleggingsrisico teruggenomen hoeft te worden. De risico’s kunnen immers worden gespreid over meer generaties. Dit levert welvaartswinst op. Alle generaties profiteren in verwachting van de solvabiliteitsreserve, omdat er meer risico genomen kan worden, zonder dat dit ten koste gaat van de stabiliteit van de pensioenen. Ofwel omdat bij hetzelfde risico stabielere pensioenen aangeboden kunnen worden. Ook de toekomstige generaties profiteren naar verwachting, omdat zij niet langer tot een pensioenregeling zullen toetreden met een tekort en meedelen in risicopremies nog voordat ze aan de pensioenregeling deelnemen.

De afspraken over de solidariteitsreserve worden vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst en het pensioenreglement. Hierin is ten minste opgenomen:
· de wijze waarop de solidariteitsreserve gevuld wordt;
· de wijze waarop pensioenvermogens worden aangevuld vanuit de solidariteitsreserve;
· de wijze waarop de solidariteitsreserve meedeelt in de collectieve risico’s en rendementen;
· de gewenste en de maximale omvang van de solidariteitsreserve;
· beleid bij een lege of volle solidariteitsreserve;
· op welke wijze de solidariteitsreserve bijdraagt aan de intergenerationele risicodeling en/of stabiliteit van de pensioenen;
· de samenhang en onderlinge consistentie van voorgaande elementen.
Verder geldt voor de solidariteitsreserve een aantal wettelijke bepalingen. Het wetsvoorstel legt een wettelijke bovengrens voor de solidariteitsreserve vast. Dat is nodig zodat op collectief niveau kan worden geprofiteerd van intergenerationele risicodeling en meer stabiliteit, zonder dat er onnodig veel geld in de solidariteitsreserve achterblijft, dat niet ingezet wordt voor verhoging van de pensioenen. De bovengrens wordt vastgesteld op 15% van het totale vermogen. [voetnoot 37: Dat wil zeggen het totaal van individuele pensioenvermogens en de solidariteitsreserve.] 
Net als de voor de uitkeringen gereserveerde pensioenvermogens mag de solidariteitsreserve niet negatief worden. Deze restrictie op de solidariteitsreserve voorkomt dat nieuwe deelnemers kunnen toetreden in een pensioenregeling met een negatieve solidariteitsreserve, waardoor er sprake zou blijven van een onverdeeld tekort bovenop de bijdrage die deelnemers al moeten leveren aan het vullen van de solidariteitsreserve.

De solidariteitsreserve kan ervoor zorgen dat wanneer het tegenzit, de (verwachte) pensioenen minder hard omlaag gaan. Door in goede tijden aan de solidariteitsreserve bij te dragen, kunnen schokken worden opgevangen in mindere tijden. De vul- en uitdeelregels van de solidariteitsreserve bepalen hoeveel er gespaard en uitgedeeld wordt. De solidariteitsreserve kan worden gevuld uit twee bronnen: (1) een deel van de premie en (2) een deel van het overrendement. Ook is een combinatie van beide bronnen mogelijk. Jaarlijks mag tot 10% van deingelegde premies en/of tot 10% van het jaarlijkse collectieve overrendement aan de solidariteitsreserve worden toegevoegd.

Met overrendement wordt bedoeld het behaalde rendement verminderd met de toegekende beschermingsrendementen, voor zover dit overrendement positief is. Het vullen van de solidariteitsreserve vanuit het overrendement is dus asymmetrisch, omdat bij een negatief overrendement de solidariteitsreserve niet wordt gevuld. Door de solidariteitsreserve (deels) te vullen uit overrendement dragen naast actieve deelnemers ook gewezen deelnemers en pensioengerechtigden bij aan de solidariteitsreserve. Naast het vullen vanuit de premie en/of vanuit het positief overrendement muteert de solidariteitsreserve – die als intrinsiek onderdeel van het totale vermogen wordt belegd – jaarlijks tevens met het behaalde rendement. Deze laatste mutatie is afhankelijk van het ex ante toebedeelde beschermings- en overrendement. In die zin kan de solidariteitsreserve worden gezien als een apart leeftijdscohort van toekomstige deelnemers, waaraan net als aan de gereserveerde vermogens voor de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden ex ante beschermings- en overrendement wordt toebedeeld. Deze ex ante toedelingsregels voor de solidariteitsreserve staan daarmee los van het vullen van de solidariteitsreserve uit positief overrendement met maximaal 10% van het op fondsniveau behaalde overrendement.

Waar de solidariteitsreserve niet gevuld wordt bij negatieve overrendementen, kan het vermogen van de solidariteitsreserve dus wel dalen als via de ex ante vastgestelde toedelingsregels een negatief overrendement wordt bijgeschreven aan de solidariteitsreserve. Indien ervoor gekozen wordt om de toekomstige pensioenopbouw niet te beschermen tegen renterisico, is het beschermingsrendement dat wordt bijgeschreven aan de solidariteitsreserve gelijk aan de rentevergoeding voor het verstrijken van de tijd.

Rekenvoorbeeld: vullen solidariteitsreserve uit overrendement.
Stel dat er sprake is van een fictief pensioenfonds met twee deelnemers van 25 en 65 jaar oud en een solidariteitsreserve. Ter vereenvoudiging wordt aangenomen dat al de drie vermogens even groot zijn.

In rekenvoorbeeld A is het totale overrendement, dat resteert na toekenning van de beschermingsrendementen aan alle vermogens inclusief de solidariteitsreserve, gelijk aan 120.

In rekenvoorbeeld B gaan we uit van een negatief overrendement van -/- 120.
Stap 1 is het vullen van de solidariteitsreserve met 10% van het (positieve) overrendement.
Stap 2 is het toedelen van het overrendement aan de persoonlijke vermogens en de solidariteitsreserve. Dit gebeurt na aftrek van het bedrag dat berekend is in stap 1. In voorbeeld A is dat gelijk aan 90% van het totaal behaalde overrendement (=108). Dit overrendement uit stap 2 wordt toebedeeld aan het vermogen van de 65-jarige deelnemer, de solidariteitsreserve en het vermogen van de 25-jarige deelnemer in de verhouding 1:2:3. Dat betekent dat de aanpassing voor de 25-jarige deelnemer respectievelijk 1,5 en 3 keer zo groot is als de aanpassing van de solidariteitsreserve en de aanpassing van het vermogen van de 65-jarige deelnemer.

Voorbeeld A Voorbeeld B
1.Vullen solidariteitsreserve 10% positief overrendement 12 0
2. Toedelen overrendement aan solidariteitsreserve 36 -/- 40
2. Toedelen overrendement aan vermogen 25-jarige 54 -/- 60
2. Toedelen overrendement aan vermogen 65-jarige 18 -/- 20
Totaal (=1+2) 120 -/- 120

Als bij de overstap van een uitkeringsovereenkomst naar het nieuwe contract de bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten worden ingevaren, kan de pensioenuitvoerder onder bepaalde voorwaarden een deel van het vermogen gebruiken voor het initieel vullen van de solidariteitsreserve. Deze voorwaarden staan beschreven in hoofdstuk 6 Waarborgen voor evenwichtige transitie. De solidariteitsreserve kan eveneens worden gevuld door middel van eenmalige storting van de werkgever.

Dit wetsvoorstel schrijft voor dat de afspraken over de solidariteitsreserve evenwichtig, transparant en vooraf en voor langere tijd vastgesteld moeten zijn. Hiermee worden bestuurlijke en politieke risico’s verkleind en wordt voorkomen dat achteraf andere keuzes kunnen worden gemaakt met de bestemming van middelen in de solidariteitsreserve dan vooraf werd beoogd. De pensioenuitvoerder behoudt ruimte om, in overleg met sociale partners, evenwichtige afspraken vast te stellen over de specifieke invulling van de solidariteitsreserve, die het beste passen bij de betreffende sector en deelnemerskarakteristieken.

De solidariteitsreserve is een verplicht element in het nieuwe contract en daarmee onderdeel van de opdracht die sociale partners aan de pensioenuitvoerder verstrekken. De technische en financiële inrichting van de solidariteitsreserve behoort tot de verantwoordelijkheid van de pensioenuitvoerder (zie ook hoofdstuk 7 Governance in het nieuwe pensioenstelsel). De pensioenuitvoerder vult deze taak in conform de doelen die sociale partners hierover meegeven bij de opdrachtverlening. De evenwichtigheid van de invulling van de solidariteitsreserve wordt kwantitatief onderbouwd met analyses gebaseerd op toekomstscenario’s voor de uitkeringen van alle leeftijdscohorten. Herverdeling tussen generaties als gevolg van een solidariteitsreserve is toegestaan mits dit evenwichtig is. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat de generaties die bijdragen aan de solidariteitsreserve daar in meer of mindere mate van kunnen profiteren.

Het pensioenfondsbestuur legt over de gekozen inrichting van de solidariteitsreserve verantwoording af aan de fondsorganen. Het belanghebbendenorgaan krijgt tevens een goedkeuringsrecht, omdat bij pensioenfondsen met een belanghebbendenorgaan belanghebbenden niet in het bestuur zelf zijn vertegenwoordigd. Deze inspraak borgt de evenwichtigheid en transparantie van de voorgestelde inrichting. De toezichthouder kan eisen stellen aan de documentatie die pensioenfondsen moeten gebruiken, om de evenwichtigheid van de solidariteitsreserve te onderbouwen. De deelnemer wordt naast de informatie die in het pensioenreglement wordt opgenomen, tevens via het Pensioenoverzicht geïnformeerd over de solidariteitsreserve (zie ook hoofdstuk 8 Informatievoorschriften in het nieuwe stelsel).

Indien gewenst kan het macro-langlevenrisico – het risico op een niet ingecalculeerde aanpassing van de levensverwachting – ook worden gedeeld via de solidariteitsreserve. [voetnoot 38: Andersoortige kleine (rest)risico’s, bijvoorbeeld het aanvullen van negatieve vermogens voor de jongste deelnemers, kunnen ook worden opgevangen via de solidariteitsreserve.] Daarmee wordt het mogelijk om het macro-langlevenrisico, dat niet verhandelbaar is op de markt, te delen tussen generaties. Het macro-langlevenrisico van pensioengerechtigden kan bijvoorbeeld worden overgenomen door de actieve deelnemers die dat risico beter kunnen dragen.

[…]

Consultatiedocument, p. 106:

Werkgevers en werknemers maken tevens afspraken over doelstellingen die zij hebben binnen het type pensioenregeling dat zij hebben gekozen, bijvoorbeeld ten aanzien van de wijze waarop met risico’s wordt omgegaan. Concreet betekent dit dat in geval een pensioenregeling een solidariteitsreserve bevat, werkgevers en werknemers afspraken maken over de doelen die zij voor ogen hebben met de solidariteitsreserve. Deze afspraken vinden hun weerslag in de pensioenovereenkomst. Een overkoepelend doel van de solidariteitsreserve is het bewerkstelligen van intergenerationele risicodeling en stabiliteit van pensioenen. Werkgevers en werknemers kunnen daarnaast bepaalde specifieke doelen in gedachte hebben, zoals het inzetten van de solidariteitsreserve voor het opvangen van macrolanglevenrisico. Het is van belang dat werkgevers en werknemers daarnaast zo concreet mogelijk maken wat zij met de solidariteitsreserve willen bereiken. Ook maken partijen afspraken over mogelijkheden die op regelingsniveau geboden worden om pensioen ‘naar voren te halen’ (i.e. hoog/laag-pensioen of toepassing van een projectierendement dat hoger ligt dan de risicovrije rente in het nieuwe contract en toepassing van een vaste daling in een verbeterde premieovereenkomst of geen van deze mogelijkheden).

[…]

Consultatiedocument, p. 106-107:

Bevoegdheden van de pensioenuitvoerder
Pensioenuitvoerders zijn verantwoordelijk voor de specifieke inrichting van ten minste de volgende instrumenten. Ten eerste bepalen zij, zoals eerder al werd aangegeven, de risicohouding. Zij bepalen op basis hiervan tevens het beleggingsbeleid dat zij uitvoeren. Zij bepalen in geval van het nieuwe contract daarbij tevens de mate van beschermingsrendement en de toedelingsregels voor het overrendement voor verschillende leeftijdscohorten en leggen deze vast in het pensioenreglement. Indien sprake is van een solidariteitsreserve bepalen zij de (evenwichtige) inrichting van de solidariteitsreserve, waaronder de specifieke vul- en verdeelregels, om te voldoen aan de doelen die sociale partners hebben meegegeven. Dit geldt ook voor het aandeel van de premie en het overrendement dat benut wordt om de solidariteitsreserve te vullen, zodat zij dit kunnen laten aansluiten bij de karakteristieken van het pensioenfonds en de fondspopulatie, zoals de risicohouding en de demografische kenmerken. Het is van belang dat de inrichting van de solidariteitsreserve ex ante en voor langere tijd wordt vastgelegd. Afspraken hierover worden in de uitvoeringsovereenkomst dan wel uitvoeringsreglement en het pensioenreglement vastgelegd.

Pensioenuitvoerders die het nieuwe contract uitvoeren, geven tevens de uitkeringssnelheid vorm (dat wil zeggen het daadwerkelijk gehanteerde projectierendement). In geval van de verbeterde premieovereenkomst wordt bepaald of deelnemers de keuze krijgen voor een vaste daling of vaste stijging en de vormgeving daarvan. Ook bepalen pensioenuitvoerders of en over hoeveel jaren financiële mee- en tegenvallers worden gespreid. Deze onderdelen worden door de pensioenuitvoerder opgenomen in het pensioenreglement. Pensioenuitvoerders dragen tot slot in geval van keuzemogelijkheden zorg voor de specifieke inrichting van gekozen standaardopties, als hier sprake van is. Bijvoorbeeld de inrichting van een variabele uitkering indien werkgevers en werknemers in het kader van de verbeterde premieregeling voor deze standaardoptie gekozen hebben. Pensioenuitvoerders borgen hierbij bijvoorbeeld dat het gehanteerde beleggingsbeleid aansluit bij de risicohouding van de deelnemers.

[…]

Consultatiedocument, p. 161:

Artikel 10c Pensioenwet en artikel 28c Wvb
In artikel 10c van de Pensioenwet en artikel 28c Wvb is een regeling opgenomen voor de solidariteitsreserve. De solidariteitsreserve wordt toegelicht in hoofdstuk 3 van het algemeen deel van de toelichting.

Op grond van het eerste lid mag een solidariteitsreserve niet negatief zijn. Bij een pensioenfonds kan het minimaal vereist eigen vermogen geen onderdeel zijn van de solidariteitsreserve. Het minimaal vereist eigen vermogen is een aparte balanspost.

Het tweede lid bevat regels voor de vulling van de solidariteitsreserve. Als de solidariteitsreserve bij een nieuwe premieovereenkomst wordt gevuld uit premies of overrendement wordt de vulling uit deze bronnen in dit lid gemaximeerd op respectievelijk 10% van de premiesom per deelnemer per jaar en 10% van het positieve collectieve overrendement per jaar. Dit laatste is exclusief de eventuele beschermings- of overrendementen die volgens de toedelingsregels aan de solidariteitsreserve toekomen. Als een solidariteitsreserve wordt uitgevoerd bij een verbeterde premieovereenkomst geldt voor de vulling uit premie dezelfde maximering en is er daarnaast een maximering van 10% van het gemiddelde rendement over alle individueel belegde vermogens (overrendement is een begrip dat beperkt is tot de nieuwe premieovereenkomst).

Andere manieren waarop de solidariteitsreserve kan worden gevuld zijn bijvoorbeeld stortingen door de werkgever of door een deel van het pensioenvermogen hiervoor te gebruiken bij invaren.

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Start typing and press Enter to search