Artikel 150l Standaard invaarpad

1 De wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten als bedoeld in artikel 150d, tweede lid, onderdeel b, houdt voor pensioenfondsen in dat na de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten door collectieve waardeoverdracht de waarde van de pensioenaanspraken en pensioenrechten wordt aangewend bij het pensioenfonds overeenkomstig de gewijzigde pensioenovereenkomsten, tenzij dit onevenredig ongunstig zou zijn voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden of de werkgever.

2 Het besluit van de werkgever om het pensioenfonds niet te verzoeken over te gaan tot collectieve waardeoverdracht moet evenwichtig zijn en alle relevante belangen moeten in acht zijn genomen. De onderbouwing van dit besluit wordt opgenomen in het transitieplan.

3 Het pensioenfonds meldt de werkgever of de analyse en de onderbouwing voor het afzien van collectieve waardeoverdracht wordt gedeeld en informeert de organen van het pensioenfonds hierover.

4 Indien de werkgever een verzoek tot collectieve waardeoverdracht doet, wijst het pensioenfonds het verzoek van de werkgever alleen af indien:

a sprake is van strijd met wettelijke voorschriften;

b de effecten van de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van het pensioen als geheel tot onevenwichtig nadeel zou leiden voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden; of

c de waardeoverdracht niet uitvoerbaar is binnen de grenzen van een beheerste en integere bedrijfsvoering.

5 Bij de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in dit artikel, is, in afwijking van de artikelen 20 en 83, artikel 150m van toepassing.

Consultatiedocument, p. 12-13:

De wetgever faciliteert en bevordert invaren naar een nieuwe premieregeling
Om de met dit wetsvoorstel beoogde doelen binnen afzienbare tijd te realiseren is het van belang dat de regels van de nieuwe pensioenregeling bij een pensioenfonds ook kunnen worden toegepast op de pensioenaanspraken en pensioenrechten die eerder, in een uitkeringsovereenkomst zijn opgebouwd (‘collectief invaren’). Hiermee blijft de solidariteit tussen deelnemers- en leeftijdsgroepen in stand, worden gesloten pensioenfondsen voorkomen en verbetert de uitvoerbaarheid.

Dit wetsvoorstel regelt daarom dat werkgevers en werknemers bij de overgang naar een nieuwe pensioenovereenkomst in beginsel aan het pensioenfonds verzoeken om alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten in te varen. Alleen als het invaren een onevenredig nadeel voor belanghebbenden leidt, kunnen sociale partners afzien van dit verzoek. Voor deze transitie wordt voorts het individuele bezwaarrecht vervangen door collectieve waarborgen.

Tot slot biedt dit wetvoorstel aan pensioenfondsen de keuze uit twee methoden om de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten om te rekenen naar voor de uitkering gereserveerde vermogens.

Het belang van collectief invaren en de maatregelen waarmee dit wordt bevorderd zijn in hoofdstuk 6 Waarborgen voor evenwichtige transitie nader toegelicht.

[…]

Consultatiedocument, p. 71:

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de nieuwe pensioenopbouw en de reeds opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten zoveel mogelijk bij elkaar worden gehouden in één pensioenregeling bij het pensioenfonds. Als hoofdregel geldt daarom een standaard transitiepad bij invaren (hierna: standaard invaarpad). Dat houdt in dat bij de overstap naar een premieregeling met leeftijdsonafhankelijke premies sociale partners die de pensioenregeling hebben ondergebracht bij een pensioenfonds, dat pensioenfonds in beginsel zullen verzoeken de waarde van de bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten collectief over te brengen naar de gewijzigde pensioenregeling bij dat zelfde pensioenfonds. In sommige situaties kan dit onevenredig ongunstig uitpakken voor bepaalde groepen van belanghebbenden, evenals voor sommige pensioenfondsen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie dat sprake is van een gesloten pensioenfonds of indien sprake is van bestaande garanties in de vorm van bijstortingsverplichtingen van werkgevers. Voor dergelijke situaties is het mogelijk om de bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten achter te laten in de ongewijzigde pensioenregeling, onder het dan geldende financieel toetsingskader. In uitzondering op de hoofdregel van het standaard invaarpad doen sociale partners in die gevallen geen verzoek tot invaren aan het pensioenfonds.

Interne collectieve waardeoverdrachten van reeds bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn niet nieuw. Artikel 20 Pensioenwet bepaalt weliswaar dat een wijziging van een pensioenovereenkomst geen gevolgen heeft voor de pensioenaanspraken die vóór de contractwijziging zijn opgebouwd, maar dit staat er niet aan in de weg dat ook naar huidig recht de waarde van de opgebouwde rechten – na een interne collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten – kan worden aangewend in overeenstemming met de gewijzigde pensioenregeling. Zoals eerder weergegeven, wordt met de term invaren gedoeld op een tijdelijke en speciale vormgeving voor de reeds bestaande mogelijkheid van een interne collectieve waardeoverdracht, specifiek voor pensioenfondsen.

[…]

Consultatiedocument, p. 72:

Ook wordt in het overgangsregime het eerdergenoemde standaard invaarpad voor pensioenfondsen geïntroduceerd. Dit standaard invaarpad houdt in dat sociale partners en pensioenfondsen bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten in beginsel invaren. Van deze hoofdregel kan alleen gemotiveerd worden afgeweken indien het invaren onevenredig ongunstig uitpakt voor (een of meer groepen) belanghebbenden bij een pensioenfonds.

Ten slotte worden in het overgangsregime nadere taken en bevoegdheden gegeven aan fondsorganen. Hiermee kunnen deze fondsorganen de evenwichtige belangenafweging door een pensioenfondsbestuur en de adequate beheersing van risico’s in de transitie toetsen.

[…]

Consultatiedocument, p. 73-75:

6.2.3.2 Standaard invaarpad en waarborgen
Gelet op de doelstelling en wenselijkheid van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en de toegevoegde waarde van collectief invaren daarbij, staat in de hoofdlijnennotitie dat het individueel bezwaarrecht met het oog op deze stelselwijziging en ook alleen voor deze stelselherziening buiten werking wordt gesteld maar daar wel aanvullende wettelijke waarborgen

aan te verbinden. Ook wordt een standaard invaarpad bij pensioenfondsen ingevoerd. Ten slotte worden nadere taken en bevoegdheden aan fondsorganen verstrekt in het kader van de transitie. Deze waarborgen hebben als doel om, binnen de maatschappelijke doelstelling om het pensioenstelsel fundamenteel te hervormen en toekomstbestendig te maken, adequate bescherming te bieden aan de pensioen- en aanspraakgerechtigden. De aanvullende waarborgen hebben betrekking op:

  1. Standaard invaarpad en waarborgen bij besluitvorming door sociale partners, werkgever en beroepspensioenvereniging;
  2. Standaard invaarpad en waarborgen en nadere eisen aan het besluitvormingsproces bij pensioenfondsen en adviesrecht of goedkeuringsrecht van het verantwoordingsorgaan respectievelijk belanghebbendenorgaan op het voorgenomen besluit van het pensioenfonds tot toe- of afwijzing van het verzoek tot interne collectieve waardeoverdracht;
  3. Een voorafgaande toets en verbodsbevoegdheid door De Nederlandsche Bank bij invaren; en
  4. Wettelijk vastgelegde waarderingsmethoden voor de waardering van bestaande pensioenaanspraken en –rechten

Onderdelen a en d worden hierna verder toegelicht. Onderdelen b en c komen in paragraaf 6.3.2 aan de orde.

a. Standaard invaarpad en besluitvorming door sociale partners
Een belangrijk onderdeel in het overgangsregime is een standaard invaarpad. Zoals eerder al opgemerkt, het nieuwe pensioenstelsel is in vele opzichten een verbetering ten opzichte van het huidige stelsel. De voordelen van het invaren van de bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten voor zowel het pensioenfonds als de pensioen- en aanspraakgerechtigden zijn evident. De mogelijkheid om opgebouwde rechten in te varen, biedt sociale partners [voetnoot 82: Afhankelijk van de specifieke situatie kan in plaats van sociale partners ook de werkgever of de beroepspensioenvereniging een verzoek om invaren doen.] en pensioenfonds de mogelijkheid om bovengenoemde voordelen van het nieuwe pensioencontract direct en volledig te realiseren.

Het standaard invaarpad houdt in dat invaren als wettelijk uitgangspunt geldt, zowel voor sociale partners als voor het pensioenfonds. Als het pensioenfonds een verzoek daartoe krijgt van sociale partners dan wordt in beginsel overgegaan tot invaren. Zowel sociale partners als het pensioenfonds hebben evenwel de mogelijkheid af te wijken. Het pensioenfonds motiveert dit richting sociale partners. Dit biedt houvast en duidelijkheid, maar biedt ook ruimte voor maatwerk wanneer invaren tot onevenredig ongunstige uitkomsten voor (groepen) belanghebbenden leidt. Daarom wordt in het standaard invaarpad voorgeschreven dat bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten in beginsel worden omgezet naar de gewijzigde pensioenovereenkomst. In sommige gevallen kan invaren onevenredig ongunstig uitpakken voor (groepen) belanghebbenden. Indien in die gevallen wordt besloten om gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid, dient dat besluit evenwichtig te zijn, waarbij de relevante belangen in de afweging zijn betrokken. Het standaard invaarpad biedt hiermee een handvat aan sociale partners. Bij het standaard invaarpad geldt dat alle bestaande pensioenregelingen (inclusief de afspraken over nabestaandenpensioen) die worden uitgevoerd door het pensioenfonds zullen worden ingevaren, dus inclusief de bestaande excedentregelingen en overgangsregelingen.

Sociale partners zijn in het kader van de transitie naar een nieuwe pensioenregeling verplicht een transitieplan op te stellen. Onderdeel van het transitieplan is een beschrijving hoe wordt omgegaan met bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten. In het transitieplan moeten de effecten van de keuzes die gemaakt worden in het arbeidsvoorwaardelijke proces, waaronder een verzoek tot invaren, worden verantwoord.

Afwijken van het standaard invaarpad
Alleen indien sociale partners gemotiveerd van oordeel zijn dat het volgen van het standaard invaarpad en dus invaren onevenredig ongunstig uitpakt voor (groepen) belanghebbenden, kunnen zij van het standaard invaarpad afwijken. Indien tot een dergelijk besluit wordt gekomen, dient dit evenwichtig te zijn, waarbij de relevante belangen in de afweging zijn betrokken. Denkbaar is

bijvoorbeeld dat pensioenfondsen met een contractueel overeengekomen bijstortverplichting van de werkgever aantonen dat invaren voor hen onevenredig ongunstig is. Afwijken van het standaard invaarpad is overigens ook bij gesloten pensioenfondsen aan de orde.

Indien sociale partners de nieuwe pensioenregeling bij het pensioenfonds willen onderbrengen waaraan ze al verbonden zijn, maar niet willen invaren worden deze twee pensioenregelingen in één financieel geheel uitgevoerd. [voetnoot 83: Artikel 123, van de Pensioenwet.] Daardoor kunnen risico-overdrachten en kruissubsidiëring ontstaan tussen de bestaande uitkeringsovereenkomst en de nieuwe premieregelingen. Er kan dan zowel sprake zijn van gewenste als van ongewenste effecten. Als de dekkingsgraad onder het vereist eigen vermogen ligt, moet het pensioenfonds voor de bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten handelen conform de systematiek van de Pensioenwet, zoals het indienen van een herstelplan, maar ook als uiterste middel een nominale vermindering om binnen de wettelijke termijn over het (minimaal) vereist eigen vermogen van het pensioenfonds als geheel te beschikken. Voor de nieuwe premieregelingen geldt ook een minimaal vereist eigen vermogen. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een tekort in de ene pensioenregeling mede moet worden gedekt, uiteindelijk, met middelen die zijn bedoeld voor de dekking van de rechten van de andere pensioenregeling. Sociale partners zullen uitdrukkelijk bij deze potentiële effecten moeten stilstaan bij hun besluitvorming om niet in te varen, ten opzichte van de situatie dat wel was ingevaren. Van hen mag worden gevraagd om bij de besluitvorming expliciet duidelijk te maken hoe, in overleg met het pensioenfonds, deze risico’s worden gemitigeerd als niet wordt ingevaren maar de nieuwe pensioenregeling wel bij het bestaande pensioenfonds wordt ondergebracht.

Indien sociale partners de nieuwe pensioenregeling bij een andere pensioenuitvoerder onderbrengen dan het pensioenfonds waar tot op heden de pensioenopbouw plaatsvond, zal in de besluitvorming onder meer ook moet worden ingegaan op de houdbaarheid van de gesloten regeling die achterblijft bij het pensioenfonds en de gemaakte pensioenafspraken met het pensioenfonds, ook in het licht van artikel 150 Pensioenwet. Overigens is er dan geen sprake van een interne collectieve waardeoverdracht, en geldt het standaard invaarpad niet.

d. Wettelijke waarderingsregels bij standaard invaarpad
Onderdeel van het standaard invaarpad is ook dat de manier wordt voorgeschreven waarop bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten bij invaren worden omgerekend ten behoeve van de overgang naar een nieuwe pensioenregeling. Dit biedt duidelijkheid voor sociale partners en pensioenfondsen en voorkomt dat individuele keuzes van pensioenfondsen tot grote verschillen in uitkomsten kunnen leiden tussen pensioenfondsen. Sociale partners en pensioenfondsen [voetnoot 84: Artikel 105, tweede lid, van de Pensioenwet.]  houden hierbij de verantwoordelijkheid en de vrijheid om te bepalen wat een evenwichtige uitkomst is voor alle belanghebbenden.

[…]

Consultatiedocument, p. 98-99:

Verzoek tot invaren
Het standaard invaarpad in onderhavig wetsvoorstel houdt in dat een pensioenfonds dat het verzoek ontvangt van sociale partners [voetnoot 118: Afhankelijk van de specifieke situatie kan in plaats van sociale partners ook de werkgever of de beroepspensioenvereniging een verzoek om invaren doen.]  om in te varen, dit verzoek in principe zal uitvoeren. Een pensioenfonds zal het verzoek van sociale partners om in te varen, niet uitvoeren, indien dit in strijd is met wettelijke voorschriften of sprake is van onevenredig ongunstige uitkomsten voor (groepen van) belanghebbenden. Het pensioenfonds moet hiervoor een onderbouwing verstrekken op basis van de in onderhavig wetsvoorstel voorgeschreven wettelijke waarderingsregels. Uit deze onderbouwing moet blijken dat de transitie naar een gewijzigde pensioenregeling, inclusief invaren en inclusief afschaffen doorsneesystematiek en de compensatie daarvoor, onevenredig ongunstig uitpakt voor (een deel van) de belanghebbenden. De verwachting is dat pensioenfonds en sociale partners al in een vroegtijdig stadium overleggen en zal het pensioenfonds aangeven onder welke voorwaarden het mee kan werken aan invaren. Ook indien invaren technisch niet uitvoerbaar is, zal het pensioenfonds het verzoek niet kunnen aanvaarden en dit moeten motiveren.

Uitgangspunt is dat de transitie als geheel evenwichtig dient te zijn, inclusief de gekozen invaarmethode en inclusief compensatie voor de overstap op premieregelingen met leeftijdsonafhankelijke premies. Elk pensioenfonds stelt daartoe een analyse op waarin voor alle leeftijdscohorten binnen het fonds het netto profijt van de (gehele) transitie wordt berekend. Indien het netto profijt van de transitie voor bepaalde leeftijdscohorten of deelnemersgroepen binnen het fonds (aanmerkelijk) positief of negatief is, dient het fonds dit uit te leggen.

[…]

Consultatiedocument, p. 99:

Als sociale partners besluiten om af te wijken van het standaard invaarpad en niet verzoeken om in te varen maar bij het pensioenfonds wel de nieuwe pensioenregeling willen onderbrengen, zal het pensioenfonds bij de besluitvorming over opdrachtaanvaarding van de nieuwe pensioenregeling de verwachtte effecten hiervan communiceren aan sociale partners. Het pensioenfonds kan zonder verzoek van sociale partners niet zelfstandig besluiten tot invaren. Wel zal het pensioenfonds aan de sociale partners moeten aangeven of het de analyse, onderbouwing en het besluit van sociale partners om niet in te varen deelt. Het pensioenfonds zal eveneens moeten motiveren hoe het de risico-overdrachten en kruissubsidiëring tussen de bestaande uitkeringsovereenkomst en de nieuwe premieregelingen in één financieel geheel en potentiele ongewenste effecten worden gemitigeerd. Deze gemotiveerde mededeling wordt ter informatie ook aan de fondsorganen verstrekt. Tenslotte zal het pensioenfonds in het communicatieplan moeten aangeven hoe het de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden hierover zowel correct, duidelijken evenwichtig als tijdig informeert.

Het pensioenfonds beoordeelt een verzoek om in te varen, dan wel een verzoek om niet in te varen, op grond van de wettelijke regels die op het pensioenfonds rusten, zoals de norm van evenwichtige belangenafweging. [voetnoot 119: Artikel 105, tweede lid, van de Pensioenwet.] Deze norm is eveneens van toepassing bij een eventueel verzoek tot gebruik van het fondsvermogen voor compensatie voor specifieke groepen belanghebbenden. Het voorgenomen besluit van het pensioenfonds over het verzoek tot invaren, inclusief een eventuele toedeling van fondsvermogen, zal vervolgens ter advies of goedkeuring worden voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan respectievelijk belanghebbendenorgaan. Ook zal het pensioenfonds in het communicatieplan moeten aangeven hoe het de pensioen- en aanspraakgerechtigden hierover zowel correct, duidelijk en evenwichtig als tijdig worden geïnformeerd.

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Hier de tekst

Start typing and press Enter to search